Reisverslag februari – maart 2017

24 februari
Welkom in Angola verschijnt er op mijn mobiel. Het gaat gebeuren. We (Mijn broer Gerrit en schoonzus Teresa) laten ons de komende 13 dagen onderdompelen in de Afrikaanse cultuur. Tijdens eerdere Afrikaanse reizen deed ik dat vanuit hotels. De komende periode mag ik bij de familie van mijn lieve schoonzus verblijven.
We gaan het beleven!

25 februari
Zal ik me nu wel of niet vandaag gaan douchen? Aarzelend kijk ik naar de teil met water. Water wat uit een ton komt. En dat komt weer uit een put… Volgens mij kan ik nog wel een dagje wachten. Ik heb droogshampoo en genoeg deo mee. Een beetje poedelen is genoeg. Je moet zuinig zijn op het water in Afrika, toch?

Warm is het trouwens wel. Pff, zelfs de Angolezen zie ik zweten. Maar onder de boom van Rosa, de zus van Teresa is het prima toeven voor ons. Wat een bijzonder plekje heeft ze. Met weinig middelen weet ze er iets van te maken. Grote beesten lopen er rond. Een soort hagedissen, maar dan anders. Minstens 25 cm groot. De (klein)kinderen van Rosa, samen met veel buurtkinderen, vermaken zich prima. Waarmee eigenlijk? Met niks. Met plastic, stukjes hout en stenen weten ze zich te vermaken. Junior, de 12 jarige zoon vertelt dat hij nog nooit een bal heeft gehad.
Ik denk aan thuis…. minstens 5 ballen in de schuur waar ik dagelijks over struikel…

26 februari
Vandaag gaan we naar de kerk. Deze begint om 10.00 uur. Nou ja, ongeveer… Dan hoeven we er nog niet te zijn want hij duurt wel tot 4 uur… En het maakt niet uit hoe laat je komt, hoelang je er bent en wanneer je gaat… Dat lijkt wel handig, maar het is ook wat onvoorspelbaar voor ons Hollanders. Want wat moeten we nu? Klaarmaken of nog niet? Manu Pedro, onze chauffeur zal ons komen ophalen. En dat gebeurt! Weliswaar is de taxibus al vol met familieleden als hij arriveert, maar voor ons wordt er plaatsgemaakt. Zo rond de klok van 12 uur zijn we bij een immense kerk. Hoewel we graag ons anoniem in een hoekje hadden gesetteld, is hiervan geen sprake. Vooraan op de galerij wordt een rij ontruimd en we mogen hierop plaatsnemen. We kijken onze ogen uit. Wat een massa donkere mensen met witte kleren aan… En het swingt en roept Amen alsof ze het voor het eerst horen. Eigenlijk heb ik het na een uurtje wel bekeken en gelukkig de familie ook. Door naar het strand!

27 februari
Wanneer ik Alice ontmoet kan ik met niet meer groothouden. Verborgen achter de zonnebril laat ik de tranen de vrije loop. Dit meisje van 15 jaar oud is misschien wel de reden van onze reis. We worden in haar leven gebracht. Zo ziek, zo zwak, zo hulpeloos. Geveld door TBC, zonder eten en drinken. Zo kansloos zonder hulp. God, wat ben ik dankbaar dat u me hier bracht! Alice heeft geen moeder meer, maar woont samen bij haar oma. Enkele vierkante meters zijn de plek waar ze doorbrengt. Verstoten vanwege haar ziekzijn. We beseffen dat haast geboden is en we besluiten om gelijk maatregelen te nemen. We mogen haar eten, fruit, groente en melk brengen. Met de belofte dat we deze week vaker terug zullen komen. Samen met haar vouwen we onze handen. De naam van onze stichting is geboren: handen samen voor Angola!

28 februari
Inmiddels hebben we een binnenlandse vlucht genomen naar Lubango. We gaan een paar dagen de toerist uithangen. Althans dat is de bedoeling. Maar ook hier worden we geconfronteerd met armoede. We zien hoe jongens zich douchen bij de waterval (en zich extra uitsloven als ze Blanka’s zien). En ik mag vrouwen helpen bij het doen van de was. Na enkele pogingen word ik vriendelijk bedankt en merk ik dat mijn was kunsten bij de rivier niet optimaal zijn. Diep respect voor vrouwen die dit dagelijks moeten doen, naast alle andere werkzaamheden.

1 maart
Vandaag reizen we door naar Namibe, een stadje aan de kust. We trekken door de Savanne van Angola en deze ‘snelweg’ kent vele hobbels en gaten. Af en toe een koe voor laten gaan.
Onderweg besluiten we de auto te parkeren bij een dorpje. Na afwachtende blikken van het hele dorp ontdooit de boel. Nou ja… het was al behoorlijk warm…
Ik mag helpen bij het bakken van een visje terwijl Teresa royaal rondgaat met de zakken snoep voor de kinderen. Wanneer ik ze zie voetballen met een ‘sokkenbal’(gewone ballen kennen ze niet) dan kan ik het niet laten om mijn Hollandse voetbalkunsten te tonen. Maar na ongeveer 26 panna’s door mijn benen geef ik het op. Ik loop verder het dorp in en ontmoet daar een drietal jongens die onderwijs krijgen. Misschien ligt hier mijn talent. Ik schuif bij ze aan en krijg een Portugese bijbel aangereikt die ik mag voorlezen. Ze knikken dat ik het erg goed doe, maar of dat nou uit beleefdheid is of vanwege mijn goede uitspraak zal ik nooit weten. Inmiddels is de jeugd uit het dorp aangeschoven en ze zingen ons het ABC in het Portugees toe. Wauw, wat een fantastisch dorp is dit. En ja, we zien de grote armoede. Maar ook een volk dat er iets van weet te maken en doorzet!

2 maart
Een soort droom/wens komt uit. Lesgeven in een Afrikaans schooltje. We zijn te gast bij een dorpsschooltje. En ik mag me gaan uitleven. Ik krijg een krijtje in mijn hand gedrukt, maar zo’n ding heb ik echt al enkele jaren niet meer gebruikt. Maar het is meer dan dat ik op andere schooltjes heb gezien. Die waren bord- en schriftloos. Ik heb geen les gepland en besluit om de kinderen maar te leren tellen in het Nederlands. Tjonge, wat een volgzaamheid. Braaf wordt alles nagedreund. Na een poosje draaien we de rollen om en krijg ik de getallen in het Portugees voorgeschoteld.
We oefenen ook nog oor, neus en mond, maar dan zit echt mijn lestijd erop.

We rijden verder om de omgeving te ontdekken. En daar ontmoeten we enkele meisjes. Werkend bij een ‘oom’ . Wonend in armzalige hutjes, vervreemd van ouders en familie. Toekomstloos. Het grijpt aan om stiekem hun verhaal te vernemen (zonder dat ‘oom’ het hoort). We mogen even kijken in hun hutjes. Eén van de meisjes vertelt hoe haar vriendin weg moest. Zwanger geworden, we vragen ons af van wie…
We geven haar wat geld, beseffend dat we zo weinig kunnen doen. Maar ook hier geldt: samen handen vouwen voor Angola. Wij moeten deze kinderen loslaten, in de wetenschap dat Eén hen ziet en helpen zal!

3 maart
Vandaag gaan we terug naar Rosa en haar gezin. Ik merk dat ik haar mis. Uiteraard de kookkunsten van haar, maar vooral het samenzijn. De warmte en liefde van dit gezin.
Voordat we vertrekken merken we ook dat er dankbaar gebruik (lees misbruik) gemaakt wordt van onze vrijgevigheid. De lokale gidsen lichten ons op waar bijstaan. Het blijft opletten. We maken nog kennis met enkele stammen. Ik blijf het vreemd vinden om deze ontblootte vrouwen te zien. Zeker de stam met de ‘modderkoppen’, zoals Teresa het zo mooi omschrijft. Wat voor hen een sieraad is, ziet er voor ons toch wel afschrikwekkend uit.

4 maart
Al vroeg horen we weer de hanen rondom de wijk van de familie Manuel. We raken al gewend aan de Afrikaanse tijden. Aangezien de elektra vaak niet werkt is het ’s avonds op tijd naar bed. En dan is het niet erg om ’s ochtends voor dag en dauw op te staan. Nou ja, dauw; ’t is kurkdroog daar…
Vandaag weer naar Alice. Fijn om haar te zien. Ze is in die paar dagen echt wat opgeknapt. Hoewel ze nog broodmager is laten haar ogen weer wat hoop zien. We hebben van allerlei dingen voor haar kunnen meenemen. Naast extra eten en drinken krijgt ze ook schoolspullen, puzzelboekjes en wat creaspullen en tekenmaterialen. Hopelijk biedt het haar wat afleiding.

We hebben een prachtige ontmoeting deze dag met de chauffeur en zijn gezin. We mogen bij hen op bezoek. Ze zijn trots en onder de indruk dat de Blanka’s hun dorp willen bezoeken. Het maakt me beschaamd. Ik ben dankbaar dat ze willen delen van het weinige wat ze hebben. En weinig is het, zeg maar gerust niets. Een paar golfplaten is hun dak. Onbereikbaar met de auto. Zittend op een boomstronk of op de grond. Maar er is saamhorigheid, en dat voelt goed. Ik voel me warm worden van hun omhelzingen. Ook de kinderen van dit dorp kunnen niet naar school. Er is geen geld. Vandaag leren ze tellen in het Nederlands. Ook Gerrit blijkt een talentvol meester! Half Angola kent inmiddels doei, lekkerrrr en oog in het Hollands. We genieten met en van de kinderen.

’s Middags ontdekken we de straat en het huis waar Teresa opgroeide. We zijn stil en onder de indruk!

5 maart
Het is heerlijk om even los te kunnen laten en een ontspannen dag voor de boeg te hebben. We hopen al vroeg naar het strand te gaan. Dat vroeg betekent in Angola dat je dan rond 2 uur er bent. Maar wel met 20 man in een taxibusje en daarbij vele potten en pannen. Elke cm2 is benut en daar gaan we dan. Volledig ontspannen is dit uitje overigens niet, want Gerrit en ik zijn als enige de zwemkunst machtig. Onze borstcrawl en scholslag wordt nagebootst en we hebben telkens een kind (of volwassene) aan ons hangen die ook graag binnen een middag A en B wil halen. Het water is heerlijk warm (29 graden…) Uit voorzorg hadden we al enkele zwembanden en ballen gehaald. En dat bleek geen overbodige luxe. Geweldig om zo samen te genieten, al voelde ik me wel echt witjes tussen de Angolezen.
De terugweg viel alles onder de 12 in slaap, maar alles boven de 12 bleek over zangtalenten te beschikken. Het was een waar black gospel gebeuren. Gerrit en ik hebben voor hen het Wilhelmus gezongen. Ze waren zo onder de indruk dat we daarna niets meer hoefden te zingen!

6 maart
Hoe hou je dit vol? Hoewel de ruimte waarin we staan donker is, hou ik mijn zonnebril op. Ik wil de tranen die langs mijn wangen lopen niet laten zien. 55 kinderen verzorgt door 1 vrouw. In een ruimte die wij volledig zouden afkeuren. Onveilig en gevaarlijk. We zijn inmiddels belandt in een weeshuis en ontmoetten daar mama Madaleine. We delen pakjes drinken uit en komen erachter dat de kinderen niet zo bekend zijn met rietjes. Maar wat smullen ze van zoiets eenvoudigs als een sapje en een simpel koekje. We mogen nog andere spullen achterlaten, maar beseffen dat het nog zo weinig is wat we kunnen doen. Ik mag de hand van deze vrouw vasthouden en voor haar en deze kinderen bidden. Wat we daar voelden is niet in woorden te beschrijven…. Het is teveel.

7 maart
We besluiten terug te gaan naar het weeshuis. We moeten wel, want door alle emotie ben ik de kleurplaten van de kinderen uit groep 7/8 van de School met de Bijbel af te geven aan de kinderen. Uit de verte zien de kinderen ons weer aankomen. We hebben muskietennetten, speelgoed, voor alle kinderen kleurpotloden en schriften meegenomen. En voldoende voedsel en melk voor de komende weken. Want ons hart brak bijna, toen gisteren één van de meisjes vertelde: ‘ik heb zo’n honger’…
Het kost moeite om afscheid te nemen. We zullen ze niet vergeten! Met de belofte dat we terugkomen en de handen samen zullen doen, ook voor dit deel van Angola, laten we los.

8 maart
We zijn geland op Schiphol. Terug op vertrouwde, overigens koude, bodem! We hebben ons vooraf afgevraagd wat onze bestemming, doel zou worden tijdens deze reis. We zijn geleid naar plekken die we vooraf niet hadden bedacht. Teveel om in een verslag te omschrijven. Angola meets Oene, Oene meets Angola. Een taak ligt er op ons te wachten!

 

%d bloggers liken dit: